Schellebelle - Santiago de Compostela - Málaga 2011

Statistieken - Rittenoverzicht - Foto's 1 - Foto's 2 - Foto's 3

Zoals in m'n voorwoord reeds vermeld wist ik in het begin van dit jaar nog niet goed waar ik deze zomer naartoe zou fietsen... Mijn eerste gedachte was om de Noordkaap (Noorwegen) te bezoeken. Ik had zelfs al enkele landkaarten gekocht van Noord-West Duitsland, Noorwegen en Zweden om een route uit te stippelen (ondanks het gemak van de GPS en computer maak ik de voorbereiding van m'n route immers nog altijd liefst met landkaarten...).

Langs waar zal ik rijden...?
Toen ik echter enkele reisverslagen van andere fietsreizigers las op het internet had ik zo m'n bedenkingen. Ik vond dat men er nogal regelmatig sprak over slecht weer, regen en wind... "Ik heb het toch liever iets zonniger" dacht ik, en besliste dan redelijk snel om het roer 180° om te gooien en gewoon naar het zuiden te fietsen (maar toch zal ik ooit - misschien wel volgend jaar - wel eens naar de Noordkaap rijden).

OK... naar het zuiden, maar in het zuiden is er veel te zien hé! Frankrijk heb ik al enkele keren doorkruist en al 2 x rondgereden, naar Rome en Venetië ben ik ook al eens gereden en in Spanje had ik de Noord-Oostelijke Costa's, Barcelona, Valencia en Madrid al bezocht...

Santiago de Compostela, dat zou het worden. Deze stad in het Noord-Westen van Spanje (Galicië) is vooral bekend omwille van de duizenden pelgrims die er jaarlijks naartoe stappen als bedevaart ter uitvoering van een aan God gedane belofte, of als boetedoening. Maar voor wie die wandeling ernaartoe niet ziet zitten is er nog altijd de fiets, wat maakt dat Santiago waarschijnlijk ook één van de topbestemmingen onder vakantiefietsers is. Ik aanzag deze trip dan ook volledig als fietsvakantie, en niet als bedevaart...

Omdat ik nog nooit in Portugal geweest was, vond ik het ook geen slecht idee om van Santiago verder zuidwaarts langs de Portugese kusten te rijden en misschien nog een stukje Zuid-Spanje mee te pikken. Rekening houdend met de tijd die ik kon spenderen aan m'n vakantie (3 weken) en een luchthaven om met het vliegtuig terug te keren naar België werd Málaga (Costa del Sol) uiteindelijk m'n eindbestemming.

Zoals het intussen een jaarlijkse gewoonte geworden is nam ik een weekje extra vakantie op het werk en kon op zaterdag 09/07/2011 met pak en zak zuidwaarts vertrekken. Toen ik om 9u25 m'n fiets opstapte was het aan het motregenen... niet echt plezant om in zo'n weer te moeten starten, maar ik was gebonden aan een strak schema. Alle overnachtingen van m'n volledige reis waren immers al geboekt en ik moest dus elke dag op m'n bestemming zien te geraken.

Rit 1 begon dus wat waterachtig en met veel bewolking, maar gelukkig was die motregen 5 minuutjes later reeds over en kwam de zon af en toe eens piepen. Wel was er een ganse dag (193 km) wind waartegen ik moest opboksen. Door m'n relatief late vertrekuur was het ook al 18u40 toen ik in Amiens toekwam, waar ik nog even moest zoeken naar de Jeugdherberg op de Square Friant les Quatre Chênes. Je kon er eigenlijk niet naast kijken, maar aangezien er geen duidelijke aanwijzing stond dat het grote gebouw naast het parkje de JHB was, keek ik er toch naast... Ik bleek ook de enige gast te zijn in de JHB die avond, plaats genoeg dus...
Nog een kleine anekdote: de volgende ochtend kreeg ik (zeer) vroeg (om 4u45) een berichtje van Jan (Nochain op WT.be) dat hij zich aan het klaarmaken was om deel te nemen aan de Maratona Dles Dolomites... Weet hij dan niet dat "normale" mensen op dat uur nog in bed liggen...? ;-))

Die volgende ochtend (10/07/2011) ging m'n reis verder zuidwaarts. Vandaag reed ik naar Chartres, ten Zuid-Westen van Parijs en goed voor 200 km. De wind zat lichtjes in het voordeel bij m'n vertrek, maar rond de middag draaide die echter en zat voor de rest van de rit tegen. Ik was een uurtje vroeger vertrokken dan de dag voordien en was dan ook om 17u25 op m'n bestemming. Na een deugddoende douche in m'n Hotel F1 reed ik nog even naar het centrum van Chartres om er enkele historische monumenten en de mooie binnenstad te gaan bezichtigen.

Dag 3 werd met 219 km de langste rit van m'n reis (Chartres - Châtellerault). Ook vandaag was er heel wat wind, die nu gelukkig uit het noorden kwam. De zon was ook volledig van de partij en liet zich vooral in de namiddag gelden. Door de relatief vlakke aanloop (en met medewerking van de wind natuurlijk) kwam ik na een uurtje fietsen zelfs aan een gemiddelde snelheid van 29 km/u...

T-bone steak met frietjes in Buffalo Grill Châtellerault
Maar vandaag keek ik vooral uit om in Blois toe te komen, halfweg de rit. Vanaf daar zou ik namelijk gedurende 30 km langs de Loire gaan rijden, richting Amboise, en misschien wat mooie kastelen kunnen zien. Naast de Loire rijden was wel mooi, maar van kastelen was er weinig sprake... Eén enkel echt kasteel kwam ik onderweg tegen, dat van Chaumont sur Loire. Verder waren er ook wel kilometerslange grotten te zien. Deze grotten worden voornamelijk gebruikt als wijnkelder en voor champignonkweek. In Amboise kon ik ook nog het plaatselijke kasteel bewonderen en dan verliet ik de Loire-vallei via een steile klim om verder naar Châtellerault te fietsen.
Even buiten Amboise stopte ik ook even aan een opvallend monument... daar stond de 44 meter hoge "Pagode de Chanteloup". Die pagode werd er in 1775 gebouwd door de Hertog van Choiseul ter ere van zijn vrienden die hem trouw bleven toen Louis XV de hertog in ballingschap stuurde.

Toen op dinsdag 12/07 om 7u00 m'n wekker afging was het buiten serieus aan het water gieten en aan het donderen. Rekening houdend met het weerbericht van de avond voordien had ik er echter goede hoop op dat dit onweer snel zou overwaaien. Ik bleef dus nog een extra half uurtje in bed liggen en ging dan op 't gemakje gaan ontbijten. En inderdaad, toen ik me na het ontbijt ging klaarmaken stopte het met regenen en kon ik in droog (en zelfs zonnig) weer vertrekken, maar wel met een forse tegenwind.
De rit van vandaag leidde me naar Barbezieux St. Hilaire, 180 km verder. Tussen Cognac en Angoulême reed ik een stukje op de Route Claude Bonnier (Franse luitenant tijdens W.O. II), ook wel de Chemin de la Liberté genoemd. Hier viel het ook op dat ik de grote wijnstreken naderde... ik fietste temidden van immense wijngaarden. Toegekomen in Barbezieux bleek m'n hotel (Relais de Barbezieux) ook een grote truckstopplaats. Ik had er m'n goedkoopste avondmaaltijd van de reis: koud buffet à volonté als voorgerecht, gebraden varkenslapjes met puree, 2 stukken dessert en 1/2 liter wijn voor de ronde prijs van 12,00 Euro... Da's bijna voor niks hé!

Dag 5 intussen en vandaag zou ik weer een ander landschap voorgeschoteld krijgen: de vlakke Landes. Het is grijs en bewolkt wanneer ik om 8u35 vertrek uit Barbezieux, maar de wind zit weer goed! Met een gemiddelde snelheid van 25,2 km/u over 181 km werd dit ook de snelste rit van m'n reis. De eerste zonnestralen van de dag braken pas door toen ik al een heel eind voorbij Bordeaux was, op amper 30 km van m'n dagbestemming Brocas les Forges. Maar ondanks die zon zag het er in de verte achter mij redelijk donker uit! Ik was dan ook blij toen ik om 16u10 aan Hôtel de la Gare stond, want nog geen 2 minuten later begon het fel te regenen... "Snel naar binnen" dacht ik, maar de deur was op slot! Bleek dat het hotel pas open ging om 18u00! Gelukkig hing er een briefje aan de deur met een telefoonnummer waar ik naar kon bellen, en nog geen 5 minuten later zat ik al op m'n kamer.

De volgende dag (donderdag 14/07/2011) was Franse nationale feestdag en vertrok ik extra vroeg (7u20) omdat het waarschijnlijk de lastigste rit zou worden: ik moest immers de Pyreneeën oversteken en 213 km rijden om in Pamplona (hoofdstad van Navarra) te geraken. Bij m'n vertrek hing er nog een dikke, natte mistlaag waardoor ik voor alle veiligheid (om door autobestuurders zeker gezien te worden) m'n fietsverlichting zelfs aanzette.

Beklimming naar Punto de Ibañeta
De eerste 130 km (tot St. Jean-Pied-de-Port in Frans Baskenland) waren zo goed als vlak en hier en daar kwam ik ook de eerste pelgrims al tegen. St. Jean-Pied-de-Port staat namelijk bekend als een geliefde startplaats voor de pelgrims die naar Santiago de Compostela stappen. Vanaf hier trekken deze wandelaars ook de Pyreneeën over naar de volgende etappeplaats Roncesvalles, net over de grens in Spanje. De top van de beklimming is de Punto de Ibañeta op 1.057 m hoogte. Eens ik over die top was begon de zon pas echt door te breken (aan Franse kant was er steeds veel bewolking) en kon ik, na nog 2 korte klimmetjes naar Mezkiritz (922 m) en Erro (801 m) aan een afdaling van +/- 30 km naar Pamplona beginnen. Uiteindelijk had ik die dag 2.800 Hm overwonnen.
M'n hotel in Pamplona (Holiday Inn Express) lag buiten het centrum van de stad, maar het was me onmiddellijk opgevallen dat vele Pamplonezen volledig in het wit gekleed waren en een rood sjaaltje en sjerp droegen. Bij navraag aan de hotelbalie bleek dat vandaag de laatste dag was van de San Firmín feesten (6 tot 14 juli), waarvan de stierenrennen (elke dag worden 6 vechtstieren om 8u00 door de nauwe straten van de binnenstad losgelaten) waarschijnlijk het beroemdste onderdeel zijn. Ik was dus een dagje te laat om dit spektakel te kunnen bijwonen.

Op vrijdag 15/07/2011 had ik alweer een lange rit geprogrammeerd: Pamplona - Burgos (217 km). Maar toen ik bij het verlaten van Pamplona m'n zelfgemaakte GPS-track volgde, stuurde deze me een autosnelweg op waar ik als fietser niet op mocht! In Spanje heb je namelijk 2 soorten autosnelwegen: de Autopista's en de Autovía's. Die eerste categorie zijn tolwegen en daar mag je met de fiets zeker NIET op, maar op de Autovía's is het wel toegestaan om te fietsen, tenzij er verbodstekens staan... Bij het tekenen van m'n track had ik dus geen rekening gehouden met het feit dat ik op bepaalde stukken Autovía niet zou mogen rijden, en daar stond ik dan... Gelukkig had ik de nodige landkaarten bij zodat ik snel een overzicht had van waar ik me precies bevond en hoe ik verder moest (op GPS is dat niet altijd heel duidelijk).
Het was die dag alleszins schitterend zonnig weer, maar ik had de moeilijkheidsgraad van die rit een beetje onderschat... Met 2.648 Hm kon dit immers geen vlakke rit genoemd worden! Maar goed, voor de rest was het genieten van de natuur en monumenten in dorpjes en steden die ik doorkruiste: de mooie boogbrug in Puente la Reina, Castelle of Deyo nabij Villamayor de Monjardin, de Santa Maria kerk in Los Arcos, het centrum van Logroño, ... Maar vooral de passage door Santo Domingo de Calzada werd me voordien aangeraden. In de kathedraal aldaar is immers een plaatsje voorzien voor een levende haan en kip. En dit heeft allemaal te maken met volgende eeuwenoude legende: in de veertiende eeuw was een Duits echtpaar met hun 18-jarige zoon op pelgrimstocht naar Compostela. Tijdens de overnachting in Santo Domingo probeerde een meisje de zoon te verleiden, maar de jongen ging daar niet op in. Het meisje beschuldigde toen de jongen van diefstal. Hij werd veroordeeld en opgehangen. De bedroefde ouders vervolgden hun weg. Op de terugreis constateerden ze dat hun zoon levend aan de galg hing. Ze gingen naar de rechter, die op dat moment net aan tafel zat. "Die jongen is net zo levend als deze gebraden kip!" zei de rechter. Het vervolg laat zich raden: de kip kwam tot leven en de rechter gaf de jongen aan zijn ouders terug.

Aan het Cruz de Ferro, hoogste punt van de Camino de Santiago op 1.504 m
Terug naar m'n reis nu...: het ontbijt in hotel Buenos Aires (Villafría de Burgos) was redelijk pover, maar 't was net genoeg om verder westwaarts te starten, richting León (200 km). Aangezien de volledige rit op een hoogte tussen 800 en 1.000 werd gereden, vielen de hoogtemeters ook mee vandaag ("maar" 954 Hm). Al vanaf m'n vertrek 's ochtends was de passage door het centrum van Burgos de moeite waard... het standbeeld van El Cid (opperbevelhebber van de Koninklijke Legers in de 11e eeuw), rijden naast de Rio Arlazón, de Arc de Santa Maria met daarachter de indrukwekkende kathedraal van Burgos... heel mooi en netjes onderhouden allemaal! En ook nu weer enkele bezienswaardigheden onderweg, allemaal in het teken van de religieuze pelgrimsroute naar Santiago: Santa Maria kerk in Carrión de los Condes, Arco de San Benito in Sahagún, Mansilla de las Mulas, ... In die dorpen en steden is er altijd wel iets te zien, veel cultuur-historische monumenten en dergelijke, maar daartussen is het toch maar eentonig fietsen. Lange rechte wegen met enkel graanvelden om je heen zijn nu niet bepaald boeiend om uren naar te zitten kijken.

Bij aankomst in León zocht ik eerst het stadscentrum op voor enkele foto's en ging nadien naar de Hostal Don Suero. Vermits hier geen ontbijt inbegrepen was in de kamerprijs was dit met 24,00 Euro m'n 2e goedkoopste overnachtingsplaats (goedkoopste was de JHB in Amiens). Na een verfrissende douche ging ik nog even op wandel door de stad en kocht in een supermarkt meteen ook wat broodjes, kaas, hesp en chocomelk om mijn eigen ontbijt op bed te voorzien de volgende ochtend.

Na de relatief vlakke rit van gisteren kon ik op zondag 17/07/2011 redelijk vroeg (7u45) vertrekken voor alweer een bergachtige rit naar Sarria (199 km en 2.475 Hm). Even hield ik nog halt aan de mooie Plaza de San Marcos om daarna de stad definitief te verlaten en verder te rijden. Onderweg kwam ik de laatste 2 dagen natuurlijk veel wandelaars tegen, maar ook heel wat fietsers, velen zelfs met de mountainbike op de wandelaarsroute... Intussen kwam ik ook één van de mooiste gebouwen tegen die ik onderweg zag: het Bisschoppelijk Paleis van Astorga ontworpen door Gaudí.
Om verder naar Sarria te rijden moest ik na Astorga over de bergen van Montes de León geraken, met als hoogste punt de Cruz de Ferro op 1.504 m. De Cruz de Ferro is een groot ijzeren kruis en staat op een houten paal van ongeveer 5 m. Het staat symbool voor het hoogste punt van de hele Camino de Santiago. Conform de traditie nemen veel pelgrims een steen(tje) van huis mee en gooien of leggen dat aan de voet van het kruis, als symbool van de last die ze met zich meedragen en waarvan ze zich door hun pelgrimstocht kunnen bevrijden. Zo ontstond door de jaren heen een echte keienberg die nu regelmatig wordt opgekuist.
Tijdens de afdaling naar Ponferrada rijd ik nog door 2 opmerkelijke plaatsjes: het schilderachtige El Acebo dat bestaat uit één hoofdstraat en Molinaseca, een zeer mooi opgeknapt stadje. Enkele kilometers verder kom ik aan in Ponferrada, waar onmiddellijk het Tempelierskasteel opvalt. In Ponferrada hou ik na 105 km ook even een rustpauze en neem de tijd om wat te eten en te drinken. Er wacht me immers nog een lange klim over een stukje Cordillera Cantábrica... Eerst gaat het nog relatief vlak tot Villafranca del Bierzo, maar vanaf daar begint een 31 km lange klim tot O Cebreiro. Tijdens die klim rijd je ook Galicië binnen, één van de 17 autonome regio's in Spanje. Het is droog maar fris weer vandaag, met veel bewolking en ook een harde tegenwind. Ik doe zelfs een tijdje m'n regenjasje aan omdat ik het anders te koud heb! Het is al 19u00 wanneer ik aankom in Sarria en m'n kamer in hotel Il Fiorino kan gaan opzoeken.

Aan de kathedraal van Santiago de Compostela
De rit op maandag 18/07/2011 van Sarria naar Santiago de Compostela was met 123 km één van de kortste van m'n reis. De 1.975 Hm bewijzen ook dat het op die korte rit redelijk bergachtig was. Het was ook alweer fris weer waardoor ik een ganse dag met mouwstukken reed. Gedurende bijna 30 km kreeg ik eveneens een lichte motregenbui te verwerken (de enige regen van m'n reis trouwens). Voor het overige waren er weinig spectaculaire dingen te zien onderweg... enkel de brug over de Rio Miño in Portomarin en de hoofdstraat van dit stadje waren de moeite om eens te bekijken.
Om 16u30 kwam ik toe aan het hotel Hesperia Gelmirez in Santiago. Daarvoor was ik al op de Plaza do Obradoiro geweest, da's het centrale plein in Santiago waar de kathedraal staat. Toch een speciaal moment hoor om daar met de fiets toe te komen, al kan ik me voorstellen dat de wandelaars die de volledige Camino stapten een veel groter emotioneel moment van geluk beleven... Na een verwarmende douche deze keer maakte ik nog een wandeling door het drukke toeristische stadscentrum om nog wat kiekjes te trekken.

Na 10 dagen fietsen zat ik nu in Santiago reeds halfweg m'n reis, tijd om een korte balans op te maken dus. Op die 10 dagen reed ik 1.925 km, overwon bijna 16.000 Hm en dronk 43 liter water en cola tijdens de ritten. Alles was tot nu toe eigenlijk heel vlot verlopen. Hopelijk zou deel 2 even goed verlopen...

Deel 2 van m'n reis begon dus op dinsdag 19/07/2011, met een rit van Santiago naar het Portugese Viana do Castelo (169 km). De rest van m'n reis had ik voorzien om gemiddeld wat minder kms te rijden per dag omdat ik hier en daar grote steden (zoals Vigo en Porto) moest doorkruisen en soms een overzet moest nemen. Niet goed wetende of dit allemaal vlot zou verlopen, plande ik dus wat minder kms. Via het dagelijkse contact met het thuisfront (per SMS) vernam ik intussen ook dat de wind de komende dagen uit noordelijke richting zou komen. Dat was natuurlijk zeer goed nieuws aangezien ik zuidwaarts reed. Achteraf hoorde ik wel dat die wind bijna altijd uit het noorden komt, en ik weet nu uit ondervinding dat die daar aan de Portugese Westkust zeer hard kan waaien!
Bij m'n vertrek uit Santiago was het wel nog fris en bewolkt, maar vanaf 's middags kwam de zon meer en meer door het wolkendek kijken. En, zoals ik een beetje voorzien had, verliep m'n passage door Vigo redelijk stroef... Het ene verkeerslicht na het andere sprong telkens op rood wanneer ik naderde. Na Vigo was het echter genieten eens ik de kuststad Baiona bereikt had. Met een prachtig zicht op de Noord-Atlantische Oceaan en een zeer goed berijdbare kustroute (met weinig verkeer) was het werkelijk zeer mooi rijden hier. Om 15u30, na 145 km, kwam ik net op tijd toe in Pasaje, een klein dorpje net voorbij A Guarda, om de overzet naar Portugal te nemen. De Rio Miño (die ik eerder in Portomarin op een brug had overgestoken) is daar immers de natuurlijke grens tussen Spanje en Portugal. Een kleine 10 minuten later stond ik dan aan de andere kant, in Caminha, op Portugese bodem! De kustroute die me verder naar Viana do Castelo leidde was werkelijk top! Met dank aan de harde rugwind haalde ik nu bovendien met gemak snelheden tussen 40 en 45 km/u.

In Portugal
Het gereserveerde hotel in Viana do Castelo (Hotel do Parque) was het eerste hotel tijdens m'n reis met zwembad... het duurde dan ook niet lang vooraleer ik een duikje ging nemen en wat rust zocht op een strandzetel. Aangezien er geen avondmaal werd geserveerd in het hotel ging ik in de vooravond op zoek naar een pizzeria in de stad. Er werd me de weg gewezen naar Pizzeria Dolce Vianna, waar ik bij het binnenkomen toch iets of wat verbaasd naar een grote poster keek die er aan de muur hing... Dat was een kader met de poster "België... het bierland"! Maar ondanks die reclame voor de Belgische bieren verkoos ik toch liever een frisse fles Mateus rosé bij m'n pizza...

De volgende ochtend stond ik zoals gewoonlijk op rond 7u00, het ontbijt werd immers vanaf 7u30 geserveerd op de bovenste verdieping van het hotel met zicht op de Rio Lima. Maar toen ik om 7u35 aan de ontbijtzaal stond bleken de deuren nog gesloten. Dat vond ik vreemd en ging dat maar gaan melden aan de receptie beneden, waar het "mysterie" snel werd opgelost: in Portugal is het een uur vroeger dan in Spanje en België, dus was het in feite maar 6u35 toen ik aan de ontbijtzaal stond! "Alé, da's dan ook weer iets dat ik niet meer zal vergeten" dacht ik bij mezelf en ging nog een half uurtje op bed gaan liggen...
Uiteindelijk was het 8u10 (plaatselijke tijd) dat ik Viana do Castelo verliet en verder zuidwaarts reed, een mooie zonnige dag tegemoet met de wind in de rug. Onderweg veel genoten van de mooie landschappen en de mooie aquaduct bewonderd in Vila do Conde.
Iets voor halfweg de rit van vandaag moest ik door Porto rijden, gelegen aan de Costa Verde, en daar had ik toch sterk de indruk dat het verkeer er tamelijk chaotisch verloopt. De stad is gebouwd aan de noordoever van de Douro en is de op één na (na Lissabon) grootste stad van Portugal. Maar Porto is natuurlijk vooral gekend vanwege de export van de drank "Porto" en staat met het oude stadscentrum Ribeira sinds 1996 op de Unesco-werelderfgoedlijst. De Ponte Dom Luis I is een indrukwekkende brug die de noordoever met de zuidoever (Vila Nova de Gaia) van de Douro verbindt.
Bij het verlaten van Porto (over de Dom Luis I) kon ik dan plots m'n GPS track niet meer volgen vanwege grote wegenwerken. Zelfs met de fiets kon ik niet door en was verplicht een redelijk lange omweg te volgen. Maar goed, door op de GPS uit te zoemen kon ik toch nog relatief goed zien welke kant ik ongeveer uit moest. Hier waren dan ook veel meer wegen terug te vinden dan enkele dagen terug, toen ik dezelfde situatie meemaakte bij het verlaten van Pamplona. De rest van de rit werd rustig afgewerkt en om 17u45 stond ik na 204 km aan m'n hotel (Costa de Prata 2) in Figueira da Foz, vanwaar ik een zeer mooi uitzicht had op zee en strand.

Inmiddels zijn we donderdag 21/07/2011, nationale feestdag dus, en alweer zit ik in het buitenland. Het is intussen zowat 6 jaar geleden dat ik op 21/07 nog eens in België was... Even opsommen: 2006: Milaan, 2007: Barcelona, 2008: Fréjus (Côte d'Azur), 2009: Le Porge (Landes), 2010: St. Lary (Pyreneeën) en 2011: Porto Novo (Portugese kust). Maar goed, vandaag reed ik van Figueira da Foz eerst naar Leira en daar stuurde de GPS me weer op een autosnelweg waar ik niet op mocht. Op de landkaart stond deze weg nochtans niet aangeduid als snelweg, maar er was niks aan te doen... ik moest een andere weg vinden! Dan maar naar de kust door enkele naaldbossen richting São Pedro de Moel en vanaf daar kon ik terug zuidwaarts m'n weg vervolgen. In Nazaré viel vooral het mooie, witte, brede strand op terwijl het zicht op de stadswallen van Óbidos me deden denken aan de Chinese Muur! Nog voor ik m'n dagbestemming Porto Novo bereikte, reed ik eerst nog een klein omweggetje rond Peniche. Da's een stad gelegen op een schiereiland en waar water en wind vrij spel hebben om tegen de hoge kliffen in te beuken. Zeer mooi natuurspektakel om naar te kijken! Van Peniche ging het verder naar het kleine dorpje Porto Novo. Hier ook alweer een kamer in 't hotel (Promar) met zicht op strand en zee!
Wat ik ook altijd doe wanneer ik op een hotelkamer aankom, da's de TV eens opzetten. En wat bleek... BVN (Beste van Vlaanderen en Nederland), een publieke televisiezender voor Vlamingen en Nederlanders in het buitenland, stond hier geprogrammeerd. Zo kon ik 's avonds naar een nederlandstalig verslag van de Ronde van Frankrijk en naar een aflevering van FC De Kampioenen kijken...

Cabo da Roca, meest westelijke plaats van het Europese vasteland
De dag nadien had ik aangekruist in m'n agenda als "toeristisch". Er was eerst het stukje parcours langs de kust met passage door Ericeira, dan was er Sintra met z'n kasteel helemaal boven op een bergtop en z'n toeristisch treintje, maar waar ik het meeste naar uitkeek was de passage aan de Cabo da Roca... da's het meest westelijk gelegen puntje van het Europese vasteland. Het wordt ook wel de plaats genoemd waar de aarde stopt en de zee begint. Niet dat ik er emotioneel van werd, maar het doet toch iets met een mens wanneer je weet dat je op een bepaalde geografische plaats staat die iets betekent. Da's zoals op de evenaar staan, of op de top van de Mt. Blanc, of aan de Noordkaap! Ik raakte er ook aan de praat met 2 Portugese koppels die m'n fietsvakantie door hun land wisten te appreciëren en meteen supporter werden.
Wat verder stopte ik nog even ter hoogte van Guincho voor een foto, maar werd er bijna van de fiets gewaaid... zo sterk was die wind daar, ongelofelijk...! Gelukkig draaide de weg daarna oostwaarts, naar de monding van de Rio Tejo, waarbij de wind bijna niet meer voelbaar was. Vanaf hier was de kust duidelijk veel toeristischer met steden als Cascais, Estoril, maar vooral Lissabon als topbestemming.
Toen ik de Portugese hoofdstad naderde, stopte ik even aan een opvallend groot monument aan de oever van de Rio Tejo: het Padrão dos Descobrimentos. Da's een monument opgericht ter ere van de Portugese ontdekkingsreizigers die in de 15e en 16e eeuw de wereld hebben verkend. Terwijl ik dit monument aan het bekijken was werd ik eveneens aangesproken door enkele Vlamingen. Aan m'n vlaggetje te zien (Vlaamse Leeuw) hadden ze zo'n flauw vermoeden dat ik uit Vlaanderen kwam en ze wilden wel eens weten van waar ik kwam en waar m'n reis naartoe ging... Aan de andere kant van de drukke straat (bereikbaar via een voetgangerstunnel) kon het indrukwekkende klooster dos Jerónimos bezocht worden
Ik had voorzien om de Rio Tejo over te steken via de Ponte Vinte e Cinco de Abril, maar het werd me al snel duidelijk dat deze niet toegankelijk was voor fietsers. Dan maar op zoek naar een veerpont om aan de andere kant, Almada, te geraken. Zonder al te veel problemen vond ik dat veerpont en een tijdje later stond ik aan de andere kant van de rivier om m'n rit naar Setúbal verder te zetten (158 km), waar ik in het Esperanca Centro Hotel - in het centrum van de stad - een kamer geboekt had.

Dag 15 van m'n fietsvakantie intussen en nog eens een langere rit voorzien, naar Sagres (211 km). Aangezien ik moest starten met een overzet van Setúbal naar Tróia (over de Rio Sado) was ik de avond voordien al gaan informeren naar de vertrekuren van de overzetten. Volgens die info kon ik de catamaran nemen van 8u15, maar zorgde er toch voor om ruim op tijd aanwezig te zijn. Gelukkig dat ik dat deed, want toen ik m'n ticket wilde kopen mocht ik met de fiets niet op de boot... Neen, fietsers moesten de ferry nemen, wat verder in de haven! Ikke dus snel naar de ferry 300 m verder en daar was ik de allerlaatste passagier die nog net aan boord mocht, de ferry vertrok immers om 8u00...! Pfff, dat was nipt. Anders moest ik een uur wachten op de volgende overzet.
Eens in Tróia aangekomen kon ik eindelijk m'n weg verder vervolgen naar het zuiden. Nog vóór halfweg reed ik even door Sines, een industriële haven waar vooral de grote pijpleidingen me opvielen. Vandaar deze stad ook wel de Atlantische Poort van Europa wordt genoemd.

Toegekomen in de Algarve
Enkele tientallen kms verder bereikte ik m'n volgende "doel" van de reis: de Algarve. Wanneer mensen over Portugal spreken, gaat het immers 9 op de 10 keer over de Algarve, het meest toeristische gebied van Portugal. Dus wilde ik daar ook eens geweest zijn! De stranden en cultuur-historische dorpjes, steden en monumenten zijn zonder twijfel de topbestemmingen in dit gebied. Als fietser heb ik niet veel aan de stranden, maar zijn het meer bepaalde aardrijkskundige plaatsen die me interesseren, vandaar dat ik naar Sagres fietste.
Daar toegekomen bezocht ik eerst het Fort van Sagres, waar Hendrik de Zeevaarder in de 15e eeuw een school voor zeevaarders stichtte en er ook de beste zeelieden, cartografen, geografen, astronomen en andere geleerden verzamelde om zijn ontdekkingsreizen voor te bereiden. De grote stenen windroos (marinierskompas) op de binnenplaats van het fort is zonder twijfel de grootste blikvanger.
Toegekomen in het Aparthotel had ik een ruime kamer met aparte living en keukentje, met zicht op Sagres en de kust. De fiets kon zonder probleem binnen op de kamer en ik profiteerde er meteen van om m'n remblokjes achteraan te vervangen. Wanneer ik aan de receptionist een plaatsje vroeg om te gaan eten, stelde die me de Colombu's Bar voor, wat verder in de stad. Achteraf bleek dit restaurantje open gehouden te worden door diens broer... niet moeilijk dat hij me naar daar doorverwees! Maar het moet gezegd worden: het eten (pizza voor de verandering) was er verzorgd. Hier geen wijntje bij m'n avondmaal, maar het plaatselijke bier Sagres! Na de pizza had ik nog honger en bestelde me nog een lekkere hamburger met groenten en frietjes.

Inmiddels is het zondag 24/07/2011. Vanaf Sagres kon het dus niet meer verder zuidwaarts, maar ging het langs de Portugese Zuidkust terug oostwaarts, naar Tavira (166 km). Maar eerst wou ik toch even de Cabo San Vincente zien (6 km ten westen van Sagres), het meest zuidwestelijke punt van het Europese vasteland. Daar is de 150 jaar oude en 24 meter hoge vuurtoren de enige bebouwing in de wijde omgeving en is dit met een zichtwijdte van 90 km één van de belangrijkste bakens van de Atlantische kust. Aan de Cabo San Vincente start ook de fietsroute Ecovia do Litoral (Algarve Coastal Cycling Route) die van Sagres naar Vila Real de San António aan de Spaanse grens loopt over 214 km.
De rit vandaag liep langs enkele bekende toeristische kuststeden zoals Lagos (oude stadswallen), Portimão, Albufeira en Faro. Iets voorbij Lagos, na 50 km, had ik ook m'n eerste technische defect van de reis: spaakbreuk achteraan. Ik stopte even, zag dat er een klein slagje in m'n wiel zat, maar een herstelling was niet hoogdringend dus fietste ik nog 116 km verder naar Tavira. Pas wanneer ik toekwam aan 't hotel (Eurotel) haalde ik m'n reservespaken boven om de herstelling uit te voeren. Geluk bij een ongeluk dat het een spaak was aan de linkerkant van m'n wiel, ter hoogte van de as. Het "kopje" was afgebroken, dus moest ik er zelfs m'n band niet afhalen. Spaakbreuk aan de rechterkant zou erger geweest zijn, want dan moest de volledige pion er af en daarvoor had ik het materiaal niet bij. En het is ook niet zo dat je hier in Portugal achter elke hoek een fietsenmaker hebt. Maar goed, ik kon m'n kapotte spaak vlot vervangen en m'n wiel weer recht zetten met m'n spaakspanner en dus zonder problemen verder rijden de komende dagen.

Op maandag 25/07/2011 verliet ik Tavira om 9u00 om naar de grens met Spanje, Vila Real de Santo António, te rijden. Daar vormt de Rio Guadiana ook de natuurlijke grens met het buurland, dus moest er alweer een veerboot genomen worden.

Duvel gevonden in El Corte Inglés
Aangekomen aan de Spaanse kant van de rivier, in Ayamonte, reed ik nu verder naar Lepe, Huelva en zo recht naar Sevilla (169 km). Nog voor ik in Huelva was (na 58 km) leed ik echter m'n 2e spaakbreuk, alweer links achteraan. Ik maakte van m'n eetpauze in Huelva gebruik om de spaak meteen ook te vervangen. Eens in het Spaanse binnenland werd me alweer een bekend beeld voorgeschoteld: de lange rechte wegen met grote graanvelden eromheen.
Gelukkig was daar wat verder de passage door Niebla, een stadje met ruïnes van een kasteel en nog goed bewaarde stadswallen. Na Niebla waren er nog La Palma del Condado, Villalba del Alcor en andere dorpjes die voor wat verademing zorgden op deze snikhete dag.
Op een goeie 25 km van Sevilla (iets voor Sanlúcar la Mayor) viel me plots iets "raar" op wat verder aan de linkerkant van de weg. Daar stonden 2 grote torens die fel leken op torens van een grote hangbrug... maar op de kaart zag ik geen belangrijke rivier liggen. Uiteindelijk bleek het om een immense zonne-energiecentrale te gaan. Met de GPS werd ik nu feilloos naar het centrum van Sevilla geloodst, waar ik het Hotel Sevilla (hoe toepasselijk toch hé...) opzocht.
Het was drukkend warm in de stad (bijna 40°C) en een verfrissende douche deed dan ook zeer veel deugd. Omdat het hotel geen ontbijt aanbood moest ik eerst nog wat inkopen doen om daar zelf in te voorzien. De beroemde warenhuisketen El Corte Inglés was daarvoor de ideale bestemming. Het was er duidelijk aangenamer (frisser) om rond te lopen dan buiten, waar het nog altijd zeer warm was. In de bierafdeling vond ik er zelfs enkele bekende Belgische biertjes zoals Leffe, Chimay en Duvel terug. Daarna ging ik in de buurt van de Metropol Parasol (Plaza de la Encarnacion) gezellig op een klein terrasje een lekkere pizza gaan eten met een flesje Lambrusco. De avond in Sevilla werd afgesloten met een 5,5 km lange wandeling door het centrum van de stad.

Dag 18 van m'n reis intussen... het einde begint stilletjes aan te naderen. Reeds om 8u10 verlaat ik het hotel, maar beslis om nog niet meteen de track van m'n GPS te volgen. Neen, ik bezoek eerst nog enkele monumenten zoals de kathedraal, de stadsmuren, de Alameda de Hércules en de Plaza de Toros. Dan volg ik een tijdje het Canal de Alfonso XIII waarbij ik het mooie Palacio de San Telmo voorbij rijd, de Torre del Oro en via een mini-omwegje zie ik ook de zeer indrukwekkende Plaza de España. Het is al 9u00 gepasseerd wanneer ik definitief de stad verlaat en m'n weg vervolg naar het zuiden, naar een hotelletje iets voorbij Facinas (203 km).
Het is zeer zonnig en heet, en het parcours is ook niet te onderschatten. Het gaat steeds op en af en ik heb het, vooral door de hitte, lastiger dan verwacht. Door die hitte ben ik ook genoodzaakt om regelmatig extra stops in te lassen en me vooral goed te bevoorraden. De kaas die ik deze morgen tussen m'n sandwichen stopte om onderweg op te eten is zelfs gewoonweg gesmolten... zo heet is het! De eerste stop houd ik pas na 107 km, in Arcos de la Frontera. Het is vanaf dan dat ik regelmatig eens extra stop in een dorpje onderweg en vanaf dan steekt er ook een lastige tegenwind op. In Medina de Sidonia (147 km), amper 40 km na m'n eerste bevoorrading, moet ik zelfs al een 2e keer goed eten om verder te kunnen. Ik ben dan ook maar al te blij wanneer ik om 19u30 toekom aan m'n hotelletje, San Jose del Valle. Pfff... 't was lastig vandaag, maar het zwaarste zit er nu echt op.

Woensdag 27/07/2011 had ik ook al op voorhand aangeduid in m'n agenda als interessante rit. Vandaag zou ik immers op het meest zuidelijke punt van Europa gaan staan, een bezoekje brengen aan Gibraltar en, op aanraden van enkele vrienden, ook eens een kijkje gaan nemen in Puerto Banus.

Tarifa, het meest zuidelijke punt van Europa
Maar eerst op weg naar Tarifa dus, zoals gezegd het meest zuidelijke uiteinde van Europa. Wanneer je daar staat overvalt je weer zo'n speciaal gevoel... Recht voor je uitkijkend zie je aan de andere kant van de Straat van Gibraltar het Marokkaanse Rif-gebergte. Dat feit alleen al, dat je het Afrikaanse continent kan zien, heeft al "iets". Maar in Tarifa sta je ook op de plaats waar de Atlantische Oceaan (ten westen) en de Middellandse Zee (ten oosten) elkaar tegenkomen. Ben echt blij dat ik hier gestaan heb met de fiets!
Volgende bestemming die ik wou gaan bekijken was nu Gibraltar, een indrukwekkend schiereiland dat eigenlijk uit één grote rotsblok bestaat. Wat Gibraltar ook speciaal maakt is dat het een overzees gebiedsdeel is van het Verenigd Koninkrijk. Je geraakt er niet binnen of buiten zonder dubbele paspoortcontrole: zowel aan Spaanse als aan Engelse zijde worden immers strenge controles gehouden. Je kan Gibraltar ook niet binnen komen zonder over de start- en landingsbaan van het Gibraltar Airport te rijden (of stappen), wat toch ook een ervaring is. Maar verder is er eigenlijk niks speciaal te zien in dit gebied, behalve dan dat er volop werken bezig zijn aan het Europa Point (zuiden van Gibraltar) om deze plaats aantrekkelijker en toegankelijker te maken voor toeristen. Ook zeer opvallend aan het Europa Point: daar staat één van de grootste moskees in een niet Islamitisch land, de King Fahad Bin Abdul Aziz Al Saud moskee.
Na Gibraltar gaat het nu verder langs de prachtige Costa del Sol via Estepona naar Marbella. Maar plots hoor ik weer een lichte "knak" achteraan... alweer een spaakbreuk, "gelukkig" alweer links. Na de rit van 203 km gisteren waarin al m'n spaken heel bleven hoopte ik eigenlijk dat m'n wiel het nu zou uithouden... niet dus! Op de dijk van Estepona verving ik voor de derde keer deze reis een spaak en hoopte dat het nu eindelijk zou gedaan zijn want de resterende spaken waren te kort voor m'n wiel achteraan.
Laatste bezienswaardigheid vandaag was Puerto Banus, het Spaanse St. Tropez kan je wel zeggen. Samen met Marbella is dit de place to be voor de rich and famous aan de Spaanse Costa del Sol. In Puerto Banus liggen de luxe-yachts immers naast elkaar aangemeerd, net zoals er langs de kade Ferrari's, Lamborghini's en Porsches broederlijk naast elkaar staan. Mooi om te zien allemaal en een mens kan dan nog eens dromen hé...
Enkele kms verder bereikte ik wat later Hotel Lima, waar ik de nacht in Marbella zou doorbrengen (147 km). 's Avonds nog een wandeling langs de dijk gedaan en op een terrasje gaan eten.

Dag 20 en laatste verbindingsrit van m'n fietsvakantie vandaag: 62 km tussen Marbella en Málaga op het dooie gemakje. Ik vertrok pas om 9u50 maar moest vanuit Marbella wel direct de drukke Autovía del Mediterraneo op. Spijtig dat hier niks anders voorzien is voor fietsers, want dit is eigenlijk wel een drukke en gevaarlijke baan! Maar blijkbaar is er geen andere keuze, want soms liep de baan op enkele meters van het strand of de rotsen.

Plezierhaven van Benalmádena
Waar ik kon probeerde ik wel van die snelweg af te geraken om m'n weg voort te zetten langs rustigere wegen van dorpjes of steden langs de kust. Dat kon ik onder andere doen in Fuengirola, Benalmádena en Torremolinos. Daar reed ik dan grotendeels op de dijken, waar ik zelfs 2 x door de strandpolitie aangemaand werd om van m'n fiets te stappen. Ondanks het op die dijken zeker nog niet druk was, en ik tegen amper 15 km/u reed, is het verboden om daar te fietsen. Het was 13u40 wanneer ik ter bestemming was in Hotel Venecia, in het centrum van Málaga.
In de loop van de namiddag reed ik nog een toeristisch ritje van bijna 21 km door de stad waarbij ik onder andere de haven, de Corrida de Toros, de Alcazaba de Málaga, het Castillo de Gibralfaro, de kathedraal, het Romeins theater en de Calle Marqués de Larios bezocht.

Vrijdag 29/07 was dan m'n allerlaatste volledige dag in Spanje deze zomervakantie. Van deze laatste vrije dag maak ik steeds gebruik om op verkenning te gaan naar de luchthaven, zodat ik weet langs waar ik moet rijden, hoe lang ik er over doe, aan welke terminal en balie ik me moet aanbieden om m'n vlucht te halen, enz... Eens ik dat allemaal wist reed ik nog eens door tot Torremolinos, nuttigde daar een middagmaal en ging in de loop van de namiddag nog wat rondkuieren in het centrum van Málaga. M'n dochters hadden me gevraagd om rode schoentjes met hakjes van Flamengo-danseressen mee te nemen. Deze vond ik nogal redelijk snel omdat er heel wat winkels te vinden zijn met attributen van deze typische Spaanse dans. In de loop van de avond was het gewoon nog kwestie van al m'n bagage volledig in gereedheid te brengen zodat ik de volgende ochtend niets zou vergeten.

En dan was er D-Day, de dag van m'n vertrek, maar die ik me nog lang zal herinneren omdat er, ondanks de goede voorbereidingen, hier en daar toch wat fout liep. Even uitleggen...
M'n vlucht van SN Brussels Airlines vertrok uit Málaga om 10u05, dus zorgde ik ervoor om ruim op tijd aanwezig te zijn in de luchthaven (8u30). Ik maakte eerst m'n fiets vluchtklaar: pedalen eraf, stuur in verlengde van kader plaatsen en lucht uit de banden. Dan liet ik hem inpakken met groene platic-folie op een stand waar men normaal koffers op deze manier verzegelt. Die mannen wisten van aanpakken en binnen de 5 minuten was m'n fiets verpakt. Ik liet hetzelfde doen met m'n fietstassen en alles samen kostte me dat 24,00 Euro.
Met deze 2 pakken ging in inchecken aan de balie van SN. Daar wist de hostess me te vertellen dat m'n reservaties (voor mezelf en de fiets) in orde waren, maar dat het vervoer van m'n fiets niet betaald was. Ik zei dat dit niet kon, dat ik een vliegticket gekocht had met een soort "all-in" formule waarbij het vervoer van m'n fiets bijgerekend was... (277,00 Euro). Na 5 minuutjes discussie werd ik toch doorverwezen naar een andere balie (Flightcare) om m'n fiets te betalen. Ik hoorde de hostess iets zeggen van "seventeen Euros", dus legde ik een briefje van 20,00 Euro voor haar neus. Daarop keek ze me vragend aan en zei toen iets duidelijker: "seventy Euros"! Ik kon m'n oren niet geloven... nog eens 70,00 Euro betalen voor m'n fiets terwijl ik er heilig van overtuigd was dat dit reeds betaald was. Ik vroeg haar vriendelijk om op haar pc nog eens goed naar m'n reservatievoowaarden te kijken en wat later moest ze toegeven dat ik gelijk had. Met de formule "B Flex Economy +" was het vervoer van m'n fiets inderdaad al betaald.

Fiets verpakt op luchthaven
Oef, dat was dus in orde. Nu met de fiets naar de speciale transportband voor grote bagage. Weer een probleem... de fiets paste niet onder de scanner boven de transportband. Bij de reservatie van m'n ticket had ik nochtans duidelijk het gewicht, de hoogte en de lengte van m'n fiets doorgegeven, waarop men mij bevestigend antwoordde dat dit allemaal OK was. Maar de douane-beamte wou m'n fiets niet zomaar doorlaten zonder scannen en ik moest terug naar de incheckbalie van SN om m'n probleem daar uit te leggen.
Daar wist men blijkbaar niet goed wat te doen en ik werd alweer doorverwezen naar Flightcare. Intussen was het al 9u30 en ik maakte die mensen duidelijk dat m'n vlucht om 10u05 vertrok, dat hier dus dringend een oplossing moest gevonden worden. Na goed 10 minuten bellen en onderling discussiëren kwam er uiteindelijk een man te voorschijn die me begeleidde naar een andere transportband waar ik m'n fiets mocht opleggen. Goed, daar was ik nu van af...! Nu nog door de douane en dan snel op het vliegtuig gaan zitten. Maar m'n leed was nog niet geleden: er was file om door de douane te geraken en ondanks ik niet "piepte" onder de scanner werd ik toch eens apart nagecheckt. Het stokje met m'n vlagje werd ook uitgebreid nagekeken, en kreeg uiteindelijk groen licht. Maar toen ik aan de incheckgate van m'n vlucht kwam bleek daar geen vliegtuig te staan... Wat nu...? Door de grote ramen zag ik 100 m verder wel een vliegtuig staan van Brussels Airlines, dus ik daarnaartoe. Verbaasd keek ik naar buiten toen ik zag dat de passagiersbrug reeds verwijderd was en de deur van het vliegtuig gesloten was. De ground-hostess was de tickets aan het natellen en beweerde dat alle passagiers aan boord waren, "maar dat is dan wel zonder mij gerekend" zei ik... Terug werd er gebeld en gediscussieerd en gelukkig kwam de brug even later weer in beweging en mocht ik alsnog op het vliegtuig! Ik kreeg het allerlaatste zitplaatsje helemaal op de voorste rij, met extra veel beenruimte... Pfff, dat was echt op het nippertje!

Het vliegtuig vertrok dus met een kleine 10 minuutjes vertraging naar Zaventem door mij, maar de vlucht zelf verliep verder probleemloos. Goed 3 uren later stond ik alweer op Belgische bodem. Nu nog fiets en bagage ophalen en ik kon naar huis fietsen. Op de bagageband vond ik algauw m'n fietszakken terug, maar m'n fiets zelf... die liet op zich wachten. Wat later kwam een man met een grote kar voorbij die de speciale bagagestukken (zoals fietsen, surfplanken, gitaren,...) leverde, maar m'n fiets had hij niet bij! "Die zal hier nog wel ergens staan" vertelde hij me, dus bleef ik nog 45 minuten geduldig wachten. Ik had toen al een flauw vermoeden dat m'n fiets niet in het vliegtuig zat. En inderdaad, toen de man wat later opnieuw langs kwam moest hij toegeven dat m'n fiets nergens terug te vinden was! Ik dus naar de balie van Flightcare, gaan informeren wat er gebeurd was en waar m'n fiets nu eigenlijk stond. Er was nog even twijfel omdat de bediende geen bericht gekregen had van achtergebleven bagage in Málaga (waar ze normaal gezien wel van verwittigd worden blijkbaar), maar goed, ik moest dan aangifte doen van verloren bagage en een beschrijving van de fiets geven. Wanneer die nog in Spanje stond, dan zou hij met de volgende vlucht meegeleverd worden.
Op de vraag hoe ik nu naar huis moest (ik zou normaal met de fiets naar huis rijden), kon men mij niet antwoorden. Ik moest blijkbaar mijn plan maar trekken... Dan maar met de trein naar huis en intussen m'n vader gebeld om me te komen ophalen aan het station. Gelukkig kreeg ik diezelfde avond nog een telefoontje dat m'n fiets op Zaventem was aangekomen en dat die de volgende dag (zondag) met een busje thuis zou afgeleverd worden, wat ook gebeurde...

Eind goed al goed dus, al waren het nog redelijk spannende laatste uren...!